De Revolutie van Trippi
Joe Trippi, een topstrateeg in de Amerikaanse politiek, is vol van de politieke veranderingen die internet teweegbrengt.
Joe Trippi twijfelt niet: als Hillary Clinton in 2008 de Democratische presidentskandidaat wil worden, dan wordt zij dat. 'Er is in de partij geen grotere naam dan Clinton, of het nu Bill of Hillary betreft', zegt de topstrateeg van progressief Amerika.
Of hij zelf betrokken zal zijn bij een Hillary for President-campagne? 'Nooit meer!' Trippi (52) roept het bijna. Maar dan: 'Ik zeg elke vier jaar dat ik het nooit meer zal doen als er weer een campagne achter de rug is. Nu zit ik nog in die ontkenningsfase. Maar bel me over een jaar - dan zou kunnen blijken dat ik gelogen heb.'
Het is de moeite waard om zijn mening te peilen, en om zijn politieke bewegingen in de gaten te houden richting verkiezingsjaar 2008. Trippi was de drijvende kracht achter Howard Dean, de Democraat die lange tijd de uitdager van George W. Bush leek te worden. Deans campagne implodeerde uiteindelijk, nadat Trippi met onenigheid over de koers van de campagne vertrokken was. John Kerry - anders dan outsider Dean een klassieke 'establishment-kandidaat' - won de nominatie en verloor de verkiezingen.
Trippi's 'nooit meer' zou kunnen voortkomen uit een problematisch element in zijn politieke biografie. Terwijl hij al lang wordt geprezen als een zeldzame vernieuwer binnen de politiek, is zijn score weinig hoopgevend; veel van zijn kandidaten verloren. Toch is van pessimisme of afkalvende hoop geen sprake. Integendeel. Het politieke dier is bij allerlei progressieve projecten betrokken, is te volgen op diverse blogs op internet, en heeft een nogal grandioos getiteld boek geschreven: The Revolution Will Not Be Televised (de revolutie zal niet op TV komen.)
De ondertitel - 'Democratie, het internet en het omver gooien van alles' - zegt veel. Trippi is er van overtuigd dat een tweede revolutie broeit in de Verenigde Staten (na de eerste van 1776). Door internet is iedereen overal met elkaar verbonden en dat heeft verregaande gevolgen, betoogt hij.
Het betekent een ongekende verschuiving van de macht. 'De onderkant krijgt de overhand, en dat is precies wat democratie is', zegt Trippi. Maar het is niet alleen de politiek. 'Het is een maatschappelijk omslag. Je ziet het in 't bedrijfsleven, waar aandeelhouders meer macht krijgen doordat ze veel meer informatie krijgen en kunnen delen.' Een ander voorbeeld van Trippi zijn de dramatisch veranderde machtsverhoudingen in de muziekwereld, waarin miljarden euros omgaan. Door Napster.com, de website waar liefhebbers muziek kunnen uitwisselen en downloaden, werd de machtige platenindustrie gedwongen om te veranderen op een manier die zonder internet ondenkbaar was geweest.
Of Trippi een ziener is, zoals zijn supporters betogen, valt te bezien. Maar een internet-waanzinnige is hij zeker niet. Trippi is een noeste werker en een realist, wat ook wel moet gezien zijn ervaring in de vaak vuile Amerikaanse politiek. Hij was degene die zag dat de grassroots-campagne van Dean kon werken dankzij internet. Dat gebeurde: van een handvol idealistische enthousiastelingen groeide Deans aanhang uit tot een machtige beweging van honderduizenden in het hele land. Middels kleine contributies, gedaan via internet, werd het financieel de succesvolste Democratische campagne ooit.
Het was slechts het begin van de revolutie, 'babystapjes', zegt Trippi achteraf. Geen wonder dat Dean het nooit kon redden tegen de ervaren Kerry: 'We waren te vroeg, en we waren nog niet sterk genoeg.' Hij lacht wanneer hij toevoegt: 'De eerste revolutionairen krijgen hun hoofd vaak op een dienblad terug, na een gang naar de guillotine.' Dat overkwam zowel Dean als Trippi, hoewel Dean goed terechtkwam als Democratische partijvoorzitter, terwijl Trippi eveneens stampij blijft maken in het progressieve kamp.
Trippi's revolutie is niet beperkt tot Amerika. Hij is nauw betrokken bij de anti-globalistsche beweging. Hij vecht voor het klimaatverdrag van Kyoto. Hij wil het koopgedrag en zelfs het economische systeem aanpassen middels de groep ChangeAmerica.com. En hij werkt mee aan Live 8, de gelijktijdge concerten tegen armoede op 2 juli. 'We praten hier over werkelijke verandering', zegt Trippi. 'Niet alleen politiek. De verbondenheid levert kennis op. Niet alleen de letterlijke verspreiding van kennis, maar ook de wetenschap dat je niet alleen bent. Dat anderen ook om het broeikaseffect geven, ook minder benzine proberen te gebruiken, ook niet meer bij Wal-Mart winkelen uit protest. Wat het ook is, je ziet dat we veel mensen kunnen mobiliseren, en dat kan leiden tot veranderingen.'
Campagnevoeren zit Joe Trippi (52) in het bloed. Hij was 17 toen hij zijn eerste Democratische bijeenkomst bijwoonde. In 1980 voerde hij als 24-jarige enthousiasteling zijn eerste campagne voor Edward Kennedy, die Jimmy Carter uitdaagde in de voorverkiezingen. Later wierf hij steun en stemmen voor Walter Mondale, Gary Hart, Richard Gephart en Howard Dean - allen Democraten.
Trippi heeft altijd een scherp oog voor nieuwe technologie gehad. Hij is sinds begin jaren negentig als consultant en belegger betrokken bij de ontwikkelingen in Silicon Valley. Zijn eerste boek, The Revolution Will Not Be Televised (2004) gaat over de invloed van internet op de politiek.

